Tag: Geschiedenis

  • Alumni aan het woord: Omdenken

    Alumni aan het woord: Omdenken

    Misschien beweeg ik mij teveel in consultancy- en managementkringen, misschien heb ik iets teveel trainingen met een vleugje positieve psychologie gevolgd. Ik vind het simpelweg tijd om de alumnus geschiedenis in een ander daglicht te plaatsen. We kennen allemaal het overheersende beeld: “Jonge afgestudeerden vinden moeilijk een baan.” “Baankansen voor alumni geschiedenis mager.” We hebben allemaal in de volgende situatie gestaan met de mond vol tanden: “Word je geschiedenisleraar met jouw studie?”

    GENOEG!

    Laten we het verhaal even omdraaien. Ik ken weinig afgestudeerde historici die uiteindelijk geen goede baan vinden. In mijn kennissenkring, maar ook vanuit mijn functie als voorzitter van Jonge Historici spreek ik veel alumni. Historici zitten overal, in het bedrijfsleven, bij de overheid, in de wetenschap. Zij hebben functies op het gebied van beleid, bestuur, logistiek, HR, Communicatie, ICT. Ik denk dan meteen: Wauw, wat kunnen we veel en wat komen we ver.

    Voor de net afgestudeerde historicus is het geen kommer en kwel maar een zee van kansen. Ik vind het tijd om dat te zeggen. Ik vertel het verhaal vaak bij partners en werkgevers, maar ook op de familieverjaardag en de netwerkborrel. Jonge historici zijn veelzijdig en op veel plekken inzetbaar. Ik vertel het ook tegen jullie, toekomstige alumni, want de arbeidsmarkt is wat je er zelf van maakt.

    Daarom bij deze een aantal tips, al dan niet in chronologische volgorde:

    1. Je gaat binnenkort afstuderen of je bent net afgestudeerd. Een gevoel van verlorenheid of depressie dreigt. Draai het om. Denk om. Je bent vrij om alles te doen wat je wilt. Een kantoorbaan, de hele dag series kijken of in een koffiebar werken? Pak je vrijheid! Kijk om je heen wat er allemaal mogelijk is zonder de beknellende banden van de ivoren toren.
    2. Blijf met mensen praten. Hoe verleidelijk het ook is om in je cocon te blijven: praat open met oud-studiegenoten, vrienden en familie. Het zorgt voor een verfrissend perspectief. Je bent niet de enige die naar werk zoekt of onzekerheden heeft. Daarnaast is het belangrijk om op zoek te gaan naar sparringpartners. Mensen die in dezelfde levensfase zitten als jij of juist al een stapje verder zijn. Stel mensen open en eerlijke vragen. Vraag nooit: ‘Heb je een baan voor mij?’ of ‘weet je nog een vacature?’ maar vraag hoe zij gekomen zijn waar ze nu staan en vertel over waar jijzelf enthousiast van wordt.
    3. Depri van al dat solliciteren? Probeer in plaats van sombere gedachten te kweken, te genieten van de reis. Dit is een periode waarin je veel over jezelf zult leren, veel nieuwe mensen en bedrijven zult leren kennen en andere richtingen zult uitproberen. Je komt eruit als een ander mens.
    4. Gebruik je tijd goed. Stap uit je comfortzone. Blijf bezig. De beste manier om vooruit te komen, is door in beweging te blijven. Ga naar netwerkbijeenkomsten, ga vrijwilligerswerk doen, pak een klusje op waar je nooit aan toekwam. Er zitten geen veertig uren in een werkweek maar makkelijk zestig.
    5. Kom uit die geschiedenisbubbel. In mijn ogen lijden geschiedenisstudenten aan twee kwalen: I. IJdelheid (‘Ik heb geschiedenis gedaan weetje, ik wil later echt wat met mijn studie gaan doen’). Forget it. Echt nobody.gives.a.fuck. Ik kan het maar niet genoeg blijven herhalen. II.Verlegenheid (‘Ik kan goed teksten analyseren. Verder, ja geschiedenis was niet zo’n praktische studie’). We zijn allang vergeten wat je gestudeerd hebt. Je kunt 10 keer zoveel als je denkt. Staar je niet blind op het beeld dat je over jezelf hebt opgebouwd tijdens de studie. Je bent vrij om elk imago van jezelf te scheppen dat jij wilt.
    6. Vergeet de crisis. Eerlijk gezegd heb ik er weinig van gemerkt. Misschien heb ik geluk gehad of was ik pro-actief genoeg. Er zijn juist nu kansen voor mensen die ze willen pakken. Op een creatieve manier kun je kansen voor jezelf creëren en word je gedwongen te kijken naar andere werkzaamheden.
    7. Wees kritisch: Jij hoeft niet alles te slikken van een werkgever. Jij bent een gewild object op de arbeidsmarkt. Wat kunnen jonge historici eigenlijk niet?

    Ondanks mijn positieve verhaal ben jij, de (toekomstige) alumnus, nu waarschijnlijk toch totaal in paniek (‘Ga ik ooit wel een baan vinden?’). Gezonde paniek is goed. Een beetje onrust/overlevingsdrang zet je in beweging. En houd in gedachte: Als kritisch historicus moet jij de negatieve beeldvorming toch bij uitstek kunnen omdenken.

    Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

  • Historische samenwerkingsverbanden: Interview Historici.nl

    Historische samenwerkingsverbanden: Interview Historici.nl

    Nederlandse historici zijn georganiseerd in vele verschillende verenigingen, stichtingen en genootschappen. Samenwerking tussen de leden bevorderen, kennis verspreiden buiten de historische wereld, de zichtbaarheid van het specialisme vergroten: zoveel verenigingen, zoveel ambities. We besteden in deze reeks Historici.nl aandacht aan de historische verbanden die Nederland rijk is. Deze week vragen we aandacht voor Jonge Historici Schrijven Geschiedenis, vanaf 1 mei 2014 Jonge Historici geheten.

    Scriptiebak

    Jonge Historici Schrijven Geschiedenis (JHSG) werd in 2011 opgericht door een groep geschiedenisstudenten van de Universiteit van Amsterdam. Zij konden het niet langer aanzien dat studenten aan de verschillende geschiedenisopleidingen grote hoeveelheden woorden op papier zetten maar dat hun scripties en papers nauwelijks buiten hun kring van begeleiders en familieleden werden gelezen. Er kwam een website waarop de producten van jonge historici, geredigeerd door een professionele redactie en voorzien van een mooie vormgeving, werden gepubliceerd. Ongeveer tachtig scripties zijn tot nu beschikbaar gemaakt .

    Breed podium

    Missie geslaagd, zou je denken. Maar de jonge historici zijn ambitieuzer, vertelt voorzitter Liang de Beer (25). “Het oorspronkelijke doel van onze stichting was om jonge historici een online podium te geven voor scripties en papers. Bij betrokken historici ontstond al snel de behoefte om evenementen met een wetenschappelijk karakter te organiseren waarbij ook het sociale aspect een belangrijke rol speelt. Landelijke bijeenkomsten zoals ‘De Nacht van de Geschiedenis’ (Crea, 2012) en ‘De Nacht is Jong’ (Rode Hoed, 2013) kwamen tot stand door samenwerking van jonge historici uit het hele land en werden mogelijk gemaakt door bijdragen van verschillende universiteiten. Daarnaast sluiten de jonge historici ook regelmatig aan bij bestaande evenementen. Zo maakten zij programma-onderdelen voor De Nacht van de Geschiedenis in het Rijksmuseum (2012 en 2013) en organiseerden zij de jonghistorische collegetour ‘Kamervragen’ in de Eerste Kamer tijdens het Grondwetfestival (2014).

    Dagelijkse gang

    De stichting Jonge Historici draait geheel op vrijwilligers. Naast een dagelijks bestuur, zijn circa 30 jonge geschiedkundigen actief in de organisatie. Het bestuur bestaat uit een voorzitter, penningmeester en secretaris die naast de gangbare taken voor deze functies ook taken als communicatie en recensiewerk op zich nemen. De Beer: “Als bestuur is het onze missie om jonghistorisch talent in de schijnwerpers te zetten. Daarnaast is het niet onbelangrijk dat wijzelf, bestuur en vrijwilligers, werkervaring opdoen. In deze tijd is het voor net afgestudeerde historici heel moeilijk om aan de slag te komen. Omdat je een beter cv opbouwt bij Jonge Historici is het in deze tijden van crisis niet moeilijk vrijwilligers te vinden die evenementen organiseren, scripties redigeren of aan een blog willen bijdragen.” Hoe blijft een dergelijke vrijwilligersorganisatie overeind? De Beer: “Onze lopende kosten financieren we vooral vanuit onze kleine donateursbasis. Evenementen en andere projecten worden op projectbasis gefinancierd door bijvoorbeeld de universiteiten, maar ook bedrijven en onafhankelijke fondsen dragen bij.”

    Geografie

    Jonge Historici is er voor geschiedenisstudenten, afgestudeerden en promovendi van alle geschiedenisopleidingen in Nederland. Scripties uit Groningen en Nijmegen vinden hun weg wel naar de website maar binnen de dagelijkse organisatie zijn voornamelijk Randstedelingen actief. “Jonge Historici werd opgericht in Amsterdam; de bekendheid onder studenten en promovendi is daar groot. De huidige bestuursleden komen alle drie uit Leiden waardoor ook het Leidse historici-netwerk de organisatie binnenkomt”, aldus De Beer, “We proberen in onze werving geschiedenisstudenten uit allerlei steden aan te trekken. Op het moment is eigenlijk alleen Groningen niet gerepresenteerd.”

    Uitbreidingsplannen

    Ideeën voor nieuwe initiatieven zijn er genoeg. Zo is Jonge Historici dit jaar begonnen met de ‘Academie’: een wetenschappelijk colloquium georganiseerd door een jonge historicus. Dit jaar leidt Thijs Bogers (VU) een seminar over Quentin Skinner. De Beer is zelf bezig met het oprichten van een jonghistorische sprekersacademie. Mensen die op zoek zijn naar een spreker, dagvoorzitter of opiniemaker kunnen voortaan de kortste weg naar de website nemen. “De selectie gebeurt op basis van bewezen diensten bij onze evenementen en organisatie.” Als laatste wordt dit jaar Uitgeverij Jonge Historici opnieuw gelanceerd. Er is een nieuwe redactie aangetreden die vanaf mei weer op volle sterkte draait en ook een nieuw concept heeft geïntroduceerd: Longreads. Studenten die hun scriptie willen publiceren worden uitgenodigd om ook een leesbaar online stuk van 2000 à 3000 woorden te schrijven.

    Meer informatie is te vinden op jongehistorici.nl

    Dit interview verscheen eerder op Historici.nl.

  • Voor iedere vriend van de wetenschap

    voor-iedere-vriend-van-de-wetenschap

    Voor iedere vriend van de wetenschap. Het publiek van het naturaliënkabinet van de Hollandsche Maat­schappij der Wetenschappen in de jaren 1772–1830.
    This article explores the visitors of the natural history cabinet of the Holland Society of Sciences over the period 1772–1830. Not much is known about this first public museum in the Netherlands. By studying new sources such as visitor books and re-examining foreign travel accounts, the world of these visitors can be reconstructed. In this paper the role of the elite is put alongside Bennett’s thesis about the increasing public role of museums in Western society in the nineteenth century.

    Lees het hele artikel in Studium.