Tag: Geschiedenis

  • Onze vrouw in Azië: Flores

    Onze vrouw in Azië: Flores

    Flores is ver weg van de wereld. Vanaf het moment dat je op Bali in het propellervliegtuig stapt, weet je dat je van de gebaande paden treedt. Als ik uitstap in Ende, herken ik de bergen meteen. Het oostelijke deel van de Indonesische archipel heeft een ander landschap en een andere flora en fauna dan het westelijke deel. Mijn referentiekader is de literatuur van de negentiende-eeuwse natuurhistorische expedities die ik tijdens mijn onderzoeksmaster in Leiden bestudeerde. Maar toch.

    Flores is een plek waar je je alleen op de wereld kunt wanen. Er zijn plekken waar je om je heen kunt kijken en een ander persoon noch een gebouw ziet. Je loopt op de aarde en ziet deze zoals de eerste mensen deze ook gezien moeten hebben. Een paar uur later zit je overigens in de drukke kuststeden als Maumere, Ende of Labuan Bajo. Er wonen genoeg mensen op Flores, alleen het is veel minder hectisch dan Java of Bali.

    Voor de kolonialen moet het gevoel van verlatenheid nog sterker zijn geweest. Zij hingen hun eigen verhaal op aan de natuur, mensen en dieren die zij zagen. Koloniale wetenschappers gingen zelfs zo ver door te stellen dat de mensen hier in het verleden leefden of buiten de geschiedenis in een primitief paradijs. Een blissful ignorance met hier en daar wat kannibalisme. De nobele wilde leefde duidelijk niet in het heden, aldus het koloniale vertoog.

    Het is verleidelijk om als modern mens mee te gaan in deze gedachtengang. Op een eiland als Flores kun je snel het idee krijgen buiten de tijd te staan. Een gebied te bezoeken waar het leven langzamer lijkt te gaan en de locals o zo vriendelijk zijn.  Jared Diamond in The World until Yesterday rekent echter snel af met het idee van het contemporaine verleden. Het is verkeerd om bijvoorbeeld een jager-verzamelaar uit Nieuw-Guinea aan te duiden als iemand die in de steentijd leeft. Welke manier van leven je ook hebt, iedereen maakt deel uit van de moderniteit. Een jager-verzamelaar op Nieuw-Guinea leeft in dezelfde tijd als zijn landgenoot op Java.

    Ik moest aan Diamond en het concept van tijd terugdenken toen in Ende de figuur Soekarno weer op mijn pad kwam. Het was de kleine havenstad Ende waarnaar Soekarno in 1934 verbannen werd. Toen ook al een provinciale stad waar niet veel spannends gebeurde. De koloniale autoriteiten stuurden al eeuwenlang opstandige prinsen naar godvergeten uithoeken van het koloniale rijk om hen los te rukken van hun vertrouwde omgeving. (Ik ontdekte dit pareltje van Indonesische cinema trouwens op YouTube).

    Soekarno had vier jaar lang de tijd om na te denken op Flores. Uit baldadigheid schreef hij een vervolg op Frankenstein: Dokter Satan. (Een document dat ik overigens nog niet heb kunnen vinden in de krochten van het internet.) Ik denk dat hij hier nog meer is gaan nadenken over het idee van één Indonesië. In Ende staat een boom die inmiddels tot toeristische attractie is verworden.  Onder deze boom zou Soekarno nagedacht hebben over Pancasila (nu de officiële staatsideologie). Op Flores ervaarde hij persoonlijk de verschillen tussen Java, de kroonjuweel van het Nederlandse koloniale rijk en Ende, zijn verre ballingsoord. Hier bedacht hij eens te meer dat de verschillende volkeren van Atjeh tot aan Nieuw-Guinea, van Java tot Flores, deel uitmaakten van diezelfde moderniteit. Eenheid werd één van de vijf pijlers van de Pancasila.

    Vandaag de dag is het Bung Karno huis in Ende het enige dat Flores verbindt aan de nationale geschiedenis. Soekarno vertrok in 1938 naar Sumatra om een nieuwe fase van zijn ballingschap in te gaan.  Dokter Satan werd geen succes en Soekarno koos een andere carrière.

    Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

  • Onze vrouw in Azië: Maleisië

    Onze vrouw in Azië: Maleisië

    “Aziaten interesseren zich niet voor geschiedenis. Ze vinden het alleen interessant als het over henzelf gaat,” vertelt mijn gastvrouw Abby lachend terwijl ze door Kuala Lumpur racet met haar auto, “Ze leven in het heden en kijken liever vooruit.” Haar man, reisgids van beroep, zit naast haar: “Alleen westerlingen stellen geschiedenisvragen. Aziaten willen een goede foto maken en winkelen.” Ik ben duidelijk ingedeeld in de eerste categorie en geïntrigeerd door deze uitspraken aarzel ik dan ook niet om verder te vragen.

    Tijdens de twee dagen in Kuala Lumpur wordt ik meegenomen in het wereldbeeld van mijn Chinees-Maleisische vrienden. Maleisië bestaat uit drie bevolkingsgroepen: Malay, Chinezen en Hindoes.  De bevolkingsgroep Malay Maleisiërs (60% van de bevolking) heeft ramadan en doet het overdag rustig aan. Abby, haar man Huyan en hun dochter Larissa nemen ons mee in de wereld van de Chinese groep. De rode draad is eten. Van de fruitkraam tot de nasi lempak in de ochtend: het is een Chinese wereld. De voertaal is Chinees, de mensen zijn Chinees.

    We zijn natuurlijk op weg naar de volgende eetgelegenheid. Ondertussen klagen Abby en Larissa flink over de zittende premier Najib Razak. Hij heeft grote sommen geld verduisterd maar voorlopig gebeurt er niets. Ik vraag mijn vriendin Larissa of jongeren in Maleisië politiek actief of geëngageerd zijn. “Vooral bij de oppositie”, zegt ze voorzichtig. Zelf lijkt ze niet direct betrokken. Het heden is wat telt. De situatie in het land lijkt op een peaceful co-existence. Ze heeft wel contact met jongeren uit de andere twee bevolkingsgroepen (Malay en Hindoe), maar veel vertelt ze er niet over.

    Vooral de jonge generatie is erg met het heden bezig. Ik vraag Larissa wat ze op school tijdens de geschiedenisles vooral geleerd heeft. “Hoe Maleisië is geworden zoals het nu is.” Het internationale perspectief wordt niet behandeld. De geschiedenis wordt niet zozeer ervaren als een last of een schuld maar eerder als een gegeven. Een gegeven dat je krijgt, een status quo waar je het beste van moet maken voor de toekomst.

    Dat wil niet zeggen dat de Maleisische jeugd slechter geïnformeerd is dan de Nederlandse jeugd. Ze kennen de geschiedenis, maar gaan er anders mee om. Dat verklaart misschien ook de grote liefde voor het maken van foto’s. Een lieu de mémoire is een plek bij uitstek voor een zo goed mogelijke selfie. One more.

    Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

  • Blijven bouwen aan een podium voor jonge historici

    Blijven bouwen aan een podium voor jonge historici

    Drie jaar geleden zat ik op de verjaardag van een der jonge historici toen oprichter Geerten Waling me naar buiten wenkte. Arnout le Clercq en Berend Sommer zaten daar ook. Ik werd deelgenoot van een plan. “Zou je het zien zitten om het bestuur van Jonge Historici te komen versterken?” Ja, dat zag ik wel zitten. Wat het precies inhield wist ik niet, hoe de organisatie precies in elkaar stak eigenlijk ook niet. Wel zag ik een uitdaging en die heb ik met beide handen aangegrepen. Bouwen vind ik immers het allermooiste om te doen.

    Als rechtgeaard feminist zorgde ik er natuurlijk voor dat ik voorzitter werd. Zo gezegd, zo gedaan. In het najaar van 2013 erfde ik met Berend en Arnout de stichting Jonge Historici. De stichting bestond al een tijdje, er waren evenementen georganiseerd, maar hier en daar waren er nog kinderziektes. Het voortbestaan was nog niet eens zo zeker.

    In de lustrumbundel kunnen jullie lezen wat er in de afgelopen vijf jaar allemaal bereikt is. We hebben prachtige evenementen georganiseerd, een website neergezet, een uitgeverij opnieuw uitgevonden en onze online presence op de sociale media vergroot. Ik ben blij dat we als volwaardig partner gezien worden in het historisch landschap.

    Als voorzitter had ik een geheel eigen stijl. Ik was niet diegene die de polemiek aanging in de landelijke dagbladen, zoals Geerten wel deed, of inhoudelijke feedback gaf op stukken. Ik wilde bouwen aan het podium voor jonge historici.

    Drie dingen vond ik daarbij erg belangrijk.

    • Ruimte geven aan getalenteerde jonge mensen in mijn team zodat zij konden groeien. De afgelopen jaren was ik steeds zeer onder de indruk van de talenten, denk- en organisatiekracht onder jonge mensen. Ik vond het belangrijk om niet te controleren maar ruimte te geven. Samen hebben we prachtige dingen neergezet.
    • Een open, coöperatieve houding richting partners. Ik zocht niet de confrontatie op maar ik vind het belangrijk om in gesprek te gaan met andere organisaties. Om samen tot mooie samenwerkingen te komen.
    • De verzakelijking van de stichting. Ik vond het altijd belangrijk om ook de processen en de basisinfrastructuur goed te krijgen. Denk aan de administratie, de website, de werkprocessen. Technisch, maar essentieel voor een kleine stichting.

    Na drie jaar is het mooi geweest. In mijn rol als voorzitter heb ik mogen bouwen, mensen in staat gesteld te groeien en de stichting naar een hoger niveau getild. Ik blijf me voor Jonge Historici inzetten als bouwer waar nodig. Ik zie nog verdere professionalisering en verzakelijking op het gebied van externe relaties, vriendenwerving en acquisitie. Daar ga ik mij de komende tijd binnen het bestuur op richten.

    Vol trots grijp ik de gelegenheid van de presentatie van de lustrumbundel aan om de nieuwe voorzitter voor te stellen: Vincent Bijman. Ik ben erg blij dat we weer een jonge historicus hebben gevonden die aan het roer wil staan van deze mooie organisatie. Ik denk dat we in Vincent iemand gevonden hebben die een echte verbinder is. Ook brengt hij de nodige academische verdieping voor de stichting.

    Ik heb er het volste vertrouwen in dat we de komende vijf jaar Jonge Historici met hetzelfde enthousiasme neer zullen zetten. In dit eerste lustrumjaar gaan we beginnen met het thema ‘Jonge Historici op de arbeidsmarkt’. Dit ook weer vanuit het uitgangspunt dat jonge historici veel kunnen en veel toe te voegen hebben.

    Dit is een bewerkte versie van mijn afscheidsspeech als voorzitter van Jonge Historici. Deze verscheen eerder op jongehistorici.nl.

  • Van Alle Tijden

    Bekijk de hele aflevering terug via NPO Gemist.