Tag: Geschiedenis

  • Presentator Het Verdwenen Museum met Pete Wu in Mauritshuis


    Op zaterdag 30 november presenteerde schrijver Pete Wu een speciaal middagprogramma in het Mauritshuis rondom Het verdwenen museum. “Het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden was het eerste volkenkundige museum, maar is inmiddels verdwenen. Terwijl bezoekers op de bovenverdieping de beroemde schilderijencollectie konden bewonderen, was de begane grond gevuld met objecten van over de hele wereld.

    In zijn programma trekt Wu een parallel tussen de manier waarop Oost-Aziatische objecten werden bekeken in het 19e-eeuwse Kabinet en de discriminatie die Oost-Aziatische Nederlanders vandaag de dag nog steeds ervaren.”

    Ik modereerde het nagesprek met Reza Kartosen-Wong, QiQi van Bohemen, Yeji Streppel en Rui Jun Luong.

  • ILFU: koloniale gekte en verlangen

    Voor het online platform ILFU mocht ik op uitnodiging van Pete Wu een lijstje cureren. Ik koos het thema ‘koloniale gekte en verlangen.’

    De thema’s gekte en verlangen spelen een prominente rol in koloniale literatuur. Schrijver Liang de Beer tipt zes boeken die inzicht geven in de psychologische gevolgen die zowel kolonisator als gekoloniseerde ondervinden door onderlinge machtsverschillen en culturele botsingen.

    De stille kracht van Louis Couperus (voor het eerst uitgegeven in 1900) is een klassieker uit de Nederlandse koloniale literatuur. De oriëntalistische tweedeling tussen het rationele Westen en het exotische Oosten heeft de tand des tijds niet doorstaan, maar wat blijft is grootse literatuur met als centraal thema het onvermogen elkaar echt te kennen in een onmenselijke situatie. 

    Zo denkt het personage Léonie dat duistere krachten het op haar hebben voorzien. Een scène die mij altijd bij is gebleven is uit de gelijknamige verfilming (1974): de tropennacht is ingevallen, de muziek zwelt aan en vanuit het niets drup, drup, drup. Bloed spettert op haar vanuit een onbekende bron, wat later sirih sap blijkt te zijn. Ze heeft reden om achterdochtig te zijn: de affaire met haar stiefzoon Theo blijkt niet ongezien of ongestraft te kunnen blijven. Hun verlangen in de afgelegen koloniale residentie, leidt tot gekte, verwijdering en ongeluk.

    De kolonie was en is een onnatuurlijke plek, waar zowel de koloniaal als de gekoloniseerde door veranderden. De gekte ontstaat door een cocktail van macht, geweld, tropenhitte, onderdrukking en verlangen. Iedereen in die samenleving draagt de gevolgen van deze onnatuurlijke staat van zijn met zich mee, zo schrijft psychiater en filosoof Frantz Fanon, in lichaam en geest. 

    Het thema ‘gekte’ is iets dat veel terugkomt in de literatuur. Net als bij De stille kracht zijn het de beelden, sferen en haarscherpe karakters die me bijbleven van de volgende boeken. Ze beschrijven de kolonie als plek van eenzaamheid, omkering en verlangen, die aan de haal gaat met je mentale gesteldheid. 

    1.Marguerite Duras – L’amant (1984)

      Een namiddag ergens in een stad in laat-koloniaal Vietnam. De zon staat laag en laat schaduwen achter op de muur. Het meisje en haar oudere Chinese minnaar, ze kijken naar elkaar, en dan is er al die afstand, het toekomstig verlies. Ze blikt jaren later terug op haar jeugd en vraagt zich af wie ze waren. Duras speelt met de koloniale orde door het verlangen van de vrouw centraal te stellen, en de Aziatische man als gelijkwaardige partner in de liefde neer te zetten. 

      2. Maria Dermoût – De tienduizend dingen (1955)

      De vertellingen van De tienduizend dingen echoën de vertelstijlen van de Molukken. We ontmoeten Felicia op een afgelegen plantage, alleen vergezeld door de geesten uit het verleden. De gewelddadige geschiedenis van deze eilanden is onderdeel van het leven van alledag. Dromerig, poëtisch, staccato – Dermoût leert ons hoe verder te leven met verdriet en geesten uit het verleden. De grootste Indische schrijfster wat mij betreft. 

      3. George Orwell – Burmese Days (1934)

      De kleinzieligheid van het koloniale leven in een verre Burmese provincie (in de Britse ‘Raj’) wordt meesterlijk neergezet door George Orwell. Gekonkel, geroddel en gemanipuleer is aan de orde van de dag in de kleine gemeenschap van Europeanen en lokale Burmese magistraten. De komst van een jonge Europese vrouw brengt hen in rep en roer. Vooral John Flory, die door het harde leven getekend is, en op zoek is naar gelijkwaardig gezelschap. De plek en tijd waar ze leven brengt hen alleen maar ongeluk, en sympathiseren met de personages is moeilijk. Het einde komt binnen als een mokerslag en is een allegorie op de vernietigende mechaniek van het koloniale leven. 

      4. Jean Rhys – Wide Sargasso Sea (1966)

      Een boek dat ik te pas en te onpas wil aanraden aan mensen. Een klassieker? Een feministische roman? Een koloniale kritiek? Wide Sargasso Sea! Jean Rhys vertelt ons wie de ‘mad woman in the attic’ uit Jane Eyre (Charlotte Brontë, 1847) is. De vertelling speelt met ons beeld van wat ‘gek’ is – misschien is het niet meer dan een manier van kijken naar mensen in de marges. Rhys excelleerde in het vertellen van verhalen over verloren meisjes in de marges. Dwalend door Parijs op zoek naar liefde, een doel, een bestaan. Wide Sargasso Sea was haar comeback en tegelijk haar zwanenzang. 

      5. Viet Thanh Nguyen – The Sympathizer (2015)

      De grootste tragedies kun je soms het beste vertellen met humor, vaart en een noir sausje. De scherpe vertelstem van de dubbelbloed hoofdpersoon van The Sympathizer brengt de roerige geschiedenis van Vietnam in beweging. Het verhaal van de naamloze spion en ‘sleeper agent’ van de communisten in Zuid-Vietnam en later in de Verenigde Staten stelt grijstinten centraal. De doldwaze avonturen zijn nu ook te bewonderen in een miniserie op HBO Max. Alleen al voor Sandra Oh zou je moeten kijken. 

      6. Malou Holshuijsen – Zachtop Lachen (2021)

      Een gekke Indische oma, irrationele angsten en een zoektocht naar zichzelf. Een mooi actueel boek dat op luchtige, maar ook indringende wijze toont hoe koloniaal trauma doorwerkt. Dit boek laat zien dat de koloniale tijd niet voorbij is voor de derde generatie, en dat lachen en huilen over deze erfenis soms het beste is.=

      Dit artikel verscheen op ILFU.

    1. Het oeuvre van McLeod

      Een review essay voor Armada, Tijdschrift voor Wereldliteratuur, over het oeuvre van Cynthia McLeod. “Was ik wijzer geworden over de Surinaamse geschiedenis? Absoluut. Maar er bleef ook een lichte ergernis hangen. Het was een gevoel waar ik niet direct woorden aan kon geven. Had ik goede literatuur gelezen? Ook daar was ik niet zo zeker van.”

      Lees het artikel op de website van De Nederlandse Boekengids.

      Dit was een spannend essay om te publiceren. Ben ik niet te kritisch op McLeod?

      “Dit stuk is geen pleidooi om een vergeten schrijfster te herontdekken, iets wat ik bij aanvang van mijn proces wel dacht. McLeod heeft een groot podium voor zichzelf en haar werk weten te creëren. Haar beste boeken worden redelijk breed gelezen, zowel in Nederland als in Suriname. Daarbij komt dat, hoe baanbrekend haar werk ook is, sommige verhalen inmiddels wat gedateerd voelen. Ik zou graag nieuwe stemmen horen die de veelzijdige en harde geschiedenisverhalen van Suriname vertellen. Ik hoop dat haar oeuvre niet in de weg staat voor de volgende generatie schrijvers, maar een weg bereidt voor meer historische romans over de geschiedenis van Suriname.”

    2. Bundel: Modelverhalen

      Het is tijd om onze eigen verhalen te vertellen. 

      Vorig jaar las ik de Britse bundel East Side Voices samengesteld door de geweldige Helena Lee, waarin Brits-Aziatische schrijvers, acteurs en ondernemers in optimistische, krachtige en persoonlijke verhalen het verhaal over hun vele Zuidoost en Oost-Aziatische identiteiten vertellen. Ik wist meteen: dit wil ik ook voor Nederland. Een boek waarin Nederlandstalige auteurs met roots in Azië reflecteren op identiteitsvorming, hun persoonlijke geschiedenis en de samenleving van nu. En waarom dit niet zelf samenstellen?

      Nederland en Azië zijn al eeuwen verbonden, en de aanwezigheid van Aziatische mensen in Nederland is inmiddels vanzelfsprekend. De creatieve representatie van Nederlands-Aziatische stemmen houdt geen gelijke tred. Te vaak worden Aziatische Nederlanders gezien door de bril van de ‘modelminderheid’. De discriminatie van Aziaten is in coronatijd toegenomen. We laten ook een tegengeluid horen. Het succes van De Bananengeneratie in boek en op het toneel, de campagne tegen Hanky Panky Shanghai en het bevragen van het koloniale verleden van Nederland laten dat zien. We zijn niet langer stil.  

      Het is tijd om onze eigen verhalen te vertellen. 

      Daarom Modelverhalen. Een bundel met verhalen, essays en gedichten van Nederlandse (én Vlaamse) schrijvers met roots in Azië. 

      Ik ben trots dat ik samensteller en redacteur van deze bundel mag zijn.

      Modelverhalen is een knipoog naar ‘modelminderheid’ en refereert tegelijkertijd aan rolmodellen. Met de bundel wil ik de grote diversiteit aan verhalen, perspectieven en ervaringen laten zien in de diverse gemeenschappen door een creatieve lens. Aan elke auteur heb ik de vraag gesteld: hoe beleef jij jouw Westers-Aziatische identiteit(en)?

      De partner in crime voor dit project is Mazirel Pers. Een jonge imprint van Walburg Pers met maatschappelijk geëngageerde non-fictie in het portfolio. 

      Ontwerp: Yifan Yaing

      Lees hier meer over de publicatie & pre-order!