Meer vrouwen in de politiek: is dat nu gelukt?

Begin dit jaar stuurde ik mijn redacteur bij Atria een outline van de stukken die ik wilde schrijven rondom het thema ‘Vrouwen in de politiek’. In april zou ik een reflectief verslag schrijven over hoe de gemeenteraadsverkiezingen waren verlopen voor vrouwen. Ik merkte dat ik het spannend vond: wat als vrouwen het nog slechter zouden doen? Wat als het aandeel vrouwen in de lokale politiek onder de 28 procent zou duiken? Ik wist niet wat voor opbeurende woorden of tips ik dan zou moeten geven. Ik herinnerde mij een middag op kantoor in november 2016 toen we met een groep jonge collega’s de speech van Hillary Clinton keken waarin ze gracieus haar nederlaag accepteerde. Ik dacht toen: de wereld verbetert niet lineair. Soms blijven we stilstaan. En als we niet opletten, gaan we opeens drie stappen achteruit.

Maar de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018 gingen juist heel goed. Het aandeel vrouwen in de gemeenteraad is gestegen van gemiddeld 28 procent naar 34 procent. In mijn eigen stad Leiden is zelfs 38% van de gemeenteraad vrouw. Dit zijn overigens nog geen definitieve percentages, omdat in Leiden en veel andere gemeenten de colleges nog gevormd moeten worden en er wellicht verschuivingen zullen zijn. Het gaat dus wel beter. Ik denk dat we dat aan twee zaken te danken hebben.

Ten eerste hebben de Stem op een vrouw acties gewerkt. Mede dankzij deze campagne is er een breed bewustzijn aangewakkerd dat stemmen op de eerste vrouw van de lijst minder effectief is. Stem op een vrouw, lager op de lijst, want zij heeft de voorkeursstemmen hard nodig. En dat is massaal gebeurd. De kiezer heeft gesproken en met zijn of haar stem een correctieve beweging gemaakt.

Ten tweede zijn de kieslijsten nog steeds van belang. Als er meer vrouwen hoog op de lijst worden geplaatst, neemt de representatie in de gekozen raden toe. Dit klinkt heel logisch, maar het is belangrijk om dit extra te benoemen. De politieke partijen besteden veel tijd aan het maken van een gebalanceerde lijst (vaak door vrijwilligers). Het is nog lang niet perfect want het is een ingewikkelde taak.

Kortom: we moeten beter stemmen en betere lijsten maken. Het werk houdt niet op. Niet alleen zijn er volgend jaar weer twee belangrijke verkiezingen (Provinciale Staten en Europese), maar daarna volgen weer de landelijke verkiezingen en in 2022 gemeenteraadsverkiezingen. We moeten blijven werken om ook op deze momenten steeds weer de aandacht te vestigen op meer vrouwen in de politiek. Want als we niet opletten, verdwijnt het van de agenda. Ik verwijs graag naar mijn eerste blog met praktische tips en ervaringen om meer vrouwen politiek actief te krijgen.

En ik? Ik ben een vrouw in de politiek, zonder actieve politieke functie. Mijn partij heeft in Leiden een mooie overwinning behaald, maar helaas wel wat zetels verloren. Dat betekent dat ik voorlopig nog geen zitting zal nemen in de Leidse gemeenteraad. Maar vanuit D66 Leiden is een enorme energie ontstaan om echt werk te maken van meer vrouwen in de politiek. We hebben een lokale afdeling van het Els Borst Netwerk opgericht. De komende jaren gaan we inspiratiebijeenkomsten organiseren, talenten scouten en de zichtbaarheid van onze vrouwelijke politici vergroten.

Ik hoop dat andere lokale afdelingen ook het heft in eigen handen nemen. Dit werk moet ook op lokaal niveau gebeuren en houdt voorlopig niet op. Ik ga door. Mét dit hele hippe tasje van Atria. Politiek is te belangrijk om alleen aan mannen over te laten. Doe je mee?

Dit jaar ben ik gastblogger voor Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Deze blog werd 4 mei gepubliceerd op Atrianieuws.

Boekpresentatie ‘Gezocht: Historicus’

Donderdag 19 april had ik een hele leuke presentatieklus bij SPUI25. Kayleigh Goudsmit presenteerde haar boek ‘Gezocht: Historicus’ en ik mocht het programma aan elkaar praten. Extra bijzonder: ik ben ook geïnterviewd voor het boek over mijn ervaringen als jonge historicus op de arbeidsmarkt.

De boekpresentatie is gedeeltelijk terug te zien via de Facebook van SPUI25.

 

Over het boek

‘DAN WIL JE ZEKER LERAAR WORDEN?’
‘MAAR DAAR IS TOCH GEEN WERK IN TE VINDEN?’

Dat is wat geschiedenisstudenten en alumni vaak te horen krijgen over hun studiekeuze. Kayleigh Goudsmit laat in Gezocht: Historicus zien dat dit onterecht is.

Historici zijn volop aan het werk, op allerlei terreinen en in verschillende rollen. De waarde van de opleiding geschiedenis op de arbeidsmarkt is niet voor iedereen duidelijk, zelfs niet voor degenen die het studeren of hebben gestudeerd. Goudsmit interviewde tientallen historici werkzaam in het onderwijs, de culturele sector, de media, het bedrijfsleven, de overheid, de politiek en de wetenschap. Hoe kwamen zij daar terecht? Wat hielp en wat hielp niet? En wat adviseren zij de heden daagse historicus? Gezocht: Historicus is een optimistisch boek voor werkzoekende historici, geschiedenisstudenten en iedereen die geschiedenis als studiekeuze overweegt.

Gezocht: Historicus is uitgegeven door Amsterdam University Press en hier te bestellen.

 

Stop de verspilling van politiek talent

Mensen vragen vaak wat mij drijft om mijn politieke ambities te realiseren. Ik denk dan aan mijn oma. Ik denk terug aan hoe zuur en verbitterd ze kon zijn. En toch mocht ik haar graag, omdat ze zo anders was. Ze had een passie voor kunst, religie en wetenschap. Pas op latere leeftijd was ze theologie gaan studeren, daar had ze het voortdurend over. Ze hield van haar kinderen en kleinkinderen, maar ik voelde dat de huiselijke rol niet haar natuurlijke rol was. Haar intelligentie en eigenheid werden vroegtijdig gesmoord in de beklemming van de jaren ‘50.

Een leven voorbij, een talent verspild. Zoveel vrouwen in het verleden hebben hun talenten niet waar kunnen maken. Het potentieel van vrouwen wordt ook vandaag de dag nog niet volledig benut. Deze verspilling wil ik voorkomen. Bij mezelf en bij andere vrouwen. In dit stuk neem ik jullie graag mee in waarom dit gebeurt en wat we eraan kunnen doen. Ik neem hier vrouwen in de politiek als voorbeeld. Slechts 28 procent van de gemeenteraadsleden en 35 procent van de Tweede Kamerleden en Statenleden. Het aantal vrouwelijke Europarlementariërs kroop naar de 42 procent bij de laatste verkiezingen.

Ik snap niet waarom. Als ik om mij heen kijk, in mijn weliswaar hoogopgeleide bubbel, zie ik veel interessante, jonge vrouwen met ambitie op het gebied van hun carrière, nuttige hobby’s en een druk privéleven. Ze zijn op de hoogte van de actualiteit, hebben een mening over maatschappelijke vraagstukken en zetten zich in als vrijwilliger. Kortom, deze interesse en betrokkenheid zou hen ook geschikt maken om zich in de politiek te mengen. Ze kunnen nog zoveel meer invloed uitoefenen met al hun talenten. Wat houdt hen dan tegen om die stap naar de politiek ook te maken?

In de brugklas riep ik ooit: ik word de eerste vrouwelijke minister-president. Die ambitie sneeuwde onder in de jaren die daarop volgden. Ik ging op in studie, werk, vriendjes en alle andere leuke dingen van het leven. Een paar jaar geleden begon het weer te kriebelen, die droom die een jonge versie van mij had. Maar ergens in mijn hoofd zei een strenge stem tegen mij: je bent te jong. Je weet niks van politiek. Je kent niemand in die wereld.

Voor dit verhaal vroeg ik ook aan een vijftigtal andere vrouwen naar hun politieke ambities door middel van een korte vragenlijst. Ik vroeg aan de vrouwen die nog niet politiek actief zijn: Wat houdt jullie tegen om de stap te zetten? Een veelgenoemde reden is tijd. We moeten al zoveel. Politiek actief worden past daar simpelweg niet in. Daarnaast worden er veel belemmerende overtuigingen genoemd: Ik ben daar nog te jong voor. Ik weet daar nog niet genoeg van. Of: ik weet van mezelf niet of ik wel de politieke capaciteiten heb. Tot slot hoorde ik veel twijfels over de politieke wereld: Is dit wel wat voor mij? Met name de politieke spelletjes en het haantjesgedrag worden veel genoemd.

Uit de vragenlijsten bleek ook dat de drive er wel is. Zowel bij vrouwen die al politiek actief waren, als bij vrouwen die de stap nog niet gezet hadden. De vijftig ondervraagde vrouwen hebben interesse in de actualiteit en de landelijke politiek. Ze hebben een mening en willen mee kunnen praten over onderwerpen die er toe doen. De vrouwen die nog niet actief zijn, ambiëren een politieke carrière en willen het wereldje graag beter leren kennen. Dit zijn vrouwen met talent. Met mooie carrières en ambities in het leven. Wat kunnen we doen om hen toch over te halen? Dat vroeg ik aan de vrouwen die al de stap naar de politiek hebben gemaakt: wat heeft hen de stap doen zetten?

Ten eerste is timing essentieel. Enerzijds gaat dit over de actualiteit – nationaal of internationaal – en is dit de aanleiding meer te gaan doen (bijvoorbeeld de verkiezing van Trump. Maar het kan ook persoonlijk zijn: het komt goed uit met werk en gezin. Daarnaast hadden veel respondenten het over gevraagd worden. Het is makkelijker om de stap te maken als je gevraagd wordt door iemand die al actief is. Dit gebeurde bij veel vrouwen. Tot slot speelde inhoudelijke betrokkenheid mee. Doordat er een inhoudelijke activiteit of betrokkenheid was, bijvoorbeeld in de wijk of bij een denktank, was de stap naar een actieve politieke rol kleiner.

Het viel mij op dat de respondenten een van de bovenstaande factoren benoemden in combinatie met intrinsieke motivatie: “Het is tijd”, “Ik heb hier een mening over”, “Ik wil me voor deze doelgroep inzetten”, “Ik heb dit altijd al gewild”. In de vragenlijst had ik ook een aanvinkoptie opgenomen over steun uit de omgeving. Maar wat bleek? Vrouwen horen zelden van partner, ouders of kinderen: ga dit doen!

Het is maart 2017. Ik presenteer een avond in Leiden over ‘Meer vrouwen in de politiek’ voor de Gemeenteraadsverkiezingen een jaar later. Ik ben lid van de betreffende partij maar het politieke leven staat nog ver van mij af. Ik ben zoekende, mijn bestuursfunctie is net afgerond en ik oriënteer me op een nieuwe baan. Na afloop van de succesvolle avond komen de voorzitter en de secretaris op mij af: wij willen op je stemmen. Ik kijk hen stomverbaasd aan. Op mij?

Belemmerende gedachten overspoelen mij. Kan ik dit wel? Maar dan is daar ook de timing en de inhoudelijke betrokkenheid. En de intrinsieke motivatie: dit heb ik altijd al gewild. Ik denk terug aan mijn oma en haar verspilde talent. Ik ga niet mijn talent verspillen! Een jaar later, op 21 maart, sta ik op een verkiesbare plek voor D66 Leiden. De eerste stap naar mijn droom is gezet.

Tips politieke partijen om vrouwen politiek actief te krijgen:

  1. Drie keer vragen. Durf als bestuurslid of fractielid letterlijk de vraag aan vrouwen te stellen. “Heb je er wel eens over nagedacht om je verkiesbaar te stellen?” “Wil je solliciteren op de functie van voorzitter in het bestuur?” Stel de vraag een paar weken later nog eens. En nog eens.
  2. Wees eerlijk over de tijdsbesteding. Dat werkt twee kanten op. Ja, raadslid zijn is intensief en speelt zich af in de avonduren. Nee, het werk in themacommissies of in een campagneteam is veel minder belastend.
  3. Betrek op inhoud. Zorg dat je vrouwen in themacommissies binnenhaalt of een inhoudelijke activiteit laat organiseren. Op een onderwerp waar ze al veel van weten of wat hun interesse heeft.
  4. Laat zien wat het politieke werk inhoudt. Door avonden te organiseren voor vrouwen die interesse hebben. Door vrouwelijke rolmodellen binnen de partij in de (sociale) media te presenteren. Door op scholen vrouwelijke raadsleden een verhaal te laten doen.

Verder lezen:

Dit jaar ben ik gastblogger voor Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Deze blog werd 15 maart gepubliceerd op Atrianieuws.

 

Dream Bigger

Dream Bigger: een unieke workshopavond die ik samen met Evelien Bijl van Doelgerichte Coaching heb ontwikkeld. Met een groep ambitieuze jonge vrouwen gaan wij in één avond van dromen naar doen. Door visualisaties, oefeningen en vooral veel netwerkgesprekken.

 

Historisch verhaal: De Laatste Dag

Op Historische Verhalen publiceerde ik mijn eerste historische fictieverhaal.

Glodok, 24 juni 1955, 13.24

De bakkerij is verlaten. De schappen waar twee weken geleden nog allerlei kleurrijke kue lapis, Hollandse koekjes en groene pandan cake hadden gelegen, zijn leeg. De koeling voor de schuimgebakjes en de slagroomtaarten is schoongemaakt en de stekker is uit het stopcontact gehaald. Alleen de waaier aan het plafond zoeft nog zacht. Zonder airconditioning zou de tropische hitte het binnen een kwartier ondraaglijk maken.

Vanuit de steeg komt weinig daglicht naar binnen. In de vroege middag spoeden zich enkele verdwaalde mensen door de straatjes van Glodok. Het is sinds april weer rustig in de Chinese wijk. De rellen die de afgelopen jaren de straten teisterden, zijn verleden tijd. De Hollandse klanten zijn weg, maar de Chinezen komen altijd terug. Over een paar uur zullen de straten zich weer vullen met bezoekers voor de avond pasar. Op zoek naar gefrituurde varkenspootjes, goedkope slippers uit Amerika, gemalen kippenbotjes tegen de hoofdpijn of een van de vele andere eigenaardigheden die de markt te bieden heeft. Al gaat nog steeds niemand langer zijn huis uit dan nodig.

Even rusten was een beter idee geweest, verzucht Jian. Maar ze had de verleiding niet kunnen weerstaan een laatste blik op haar winkel te werpen. Daar op de toonbank hadden bruiloftstaarten gestaan, die voor de oorlog een mooie bijverdienste waren geweest. Achter in de keuken had ze in de oorlog honderden koekjes, loempia’s en rijsttafels gemaakt om haar drie jonge kinderen te onderhouden. Vorige week waren de mensen uit de wijk een voor een langs gekomen om de laatste zoete creaties mee te nemen. Zelf had ze geen reden om de winkel te sluiten. Yu Wen had beslist. Zij had aanvaard. Het kwam niet in haar op om haar man niet te volgen. Over een week zou de Venetia hen van Tanjung Priok naar Rotterdam brengen.”

Lees de rest van het verhaal op de website van Historische Verhalen.

In januari 2018 verscheen het verhaal in de verzamelbundel van Historische Verhalen. Bestel de bundel hier.

 

Maand van de Geschiedenis: Geluk

Een leven zonder beklemming

Het lijkt alsof iedereen op zoek is naar geluk, naar de beste invulling van het moderne leven. We doen dit door zelfhulpboeken te lezen die vertellen hoe je in tien stappen het geluk bereikt. Of door mindful te leven. Of door juist veel en hard te werken in de hoop zo een staat van geluk te bereiken. De zoektocht naar geluk herkennen we allemaal. Maar het is vaak de vluchteling die wordt geframed als gelukszoeker pur sang.

Tijdens de Jan Kompagnielezing van 2016 in het Nationaal Archief vertelde de jonge historicus Elias van der Plicht dat elke Nederlander van een vluchteling afstamt. Vierhonderd jaar migratiegeschiedenis met meer dan honderd verschillende groepen maken het onderscheid tussen vluchteling en niet-vluchteling diffuus. Ik ben een van die  Nederlanders. Maar de erfenis voelt niet als geluk en heeft een bittere nasmaak.

Mijn opa behoorde tot de koloniale elite van Indië. Als het hoofd van een zakenimperium in Batavia liet hij zijn kinderen naar de Nederlandse school gaan. Voor even konden ze vergeten dat ze als Chinezen in een land leefden dat hen eigenlijk vijandig was. Na de onafhankelijkheid belandde hij aan de verkeerde kant van de geschiedenis en aan de verkeerde kant van het politieke spectrum. Hij koos voor de toekomst van zijn kinderen; hij mocht vertrekken naar Nederland. Hier belandde hij als lage ambtenaar bij het lokale archief, het familiekapitaal verdampte en niet ieder van zijn kinderen had het even makkelijk. Binnen de kortste tijd was mijn opa een oude man.

Enkele weken na de lezing belandde ik op een congres in een levendige discussie met andere nakomelingen van recente vluchtelingen. Het ging over de disconnectie met de Nederlandse samenleving, die velen in toenemende mate voelen. Een jongen merkte op: Nederland is voor veel vluchtelingen niet per se een verbetering. Als je tot de politieke elite van Kabul behoorde, is een AZC geen beter leven. Zijn vluchtelingen dus gelukszoekers? Ja, omdat het soms niet anders kan.
Ook het vluchtverhaal van mijn familie leert dat er geen lineair pad is naar een betere situatie. Het is een moeilijk verhaal, met terugval, heimwee en berusting. Maar een verhaal zonder spijt.

Vorig jaar had de Maand van de Geschiedenis als thema ‘grenzen’. Ook geluk heeft te maken met beperkingen. Het kan volgens mij alleen bestaan binnen bepaalde grenzen. Om geluk in grote of kleine mate te ervaren, moet er verschil zijn. Geluk moet begrensd worden door minder leuke dingen.

Afgelopen zomer reisde ik terug naar Indonesië om te begrijpen waarom mijn opa zijn land verliet. De achtergebleven familie leeft een goed leven en het materieel in veel opzichten beter dan de vertrekkers. Maar hun politieke en economische positie is kwetsbaar. Hun bestaan kan met een vingerknip anders zijn. En dat weten ze. Toen overviel de volle betekenis van opa’s vlucht mij. Een tastbaar verschil in onze levens is er op het eerste gezicht niet, maar ik kan in Nederland leven zonder beklemming. Mijn opa heeft geld, status en familie achtergelaten, en gekozen voor de vrijheid. De vrijheid om zelf je leven uit te stippelen, de vrijheid om te zijn wie je bent en niet beoordeeld te worden omdat je deel bent van een minderheid. Vrijheid is iets dat je niet kunt zien, maar juist omdat het zo vanzelfsprekend is, een groot goed. Het is er elke dag. Geluk is voor mij een bittere vlucht naar vrijheid.

Deze column verscheen eerder in het inspiratieboekje van de Maand van de Geschiedenis 2017.

Logeion vakblad C: Moet je lezen

Dit artikel verscheen eerder in het jubileumnummer van C, het vakblad van Logeion. ‘Moet je lezen’ is geschreven door Guido Rijnja.

Liang de Beer over ‘I Love Dick’ van Chris Kraus

“Een vrouw van een jaar of 40 is getrouwd met een oudere man en ze wordt verliefd op een man die Dick heet. Ze ontwikkelt een obsessieve liefde voor hem. Brieven schrijft ze hem, vele brieven, lange brieven, het worden tientallen pagina’s. In deze obsessieve zoektocht betrekt ze in het begin ook haar man. Eén persoon speelt nauwelijks een rol in het boek en dat is Dick. Over hem komen we weinig te weten eigenlijk. Chris, de hoofdverteller, is de hoofdpersoon, zij vertelt haar verhaal, dat grotendeels op de werkelijkheid is gebaseerd.

20 Jaar oud is dit boek. Toen het uitkwam deed het niet veel, totdat mensen elkaar erover begonnen te vertellen, en toen ontstond een beweging. Recent is het opnieuw uitgebracht en nu heeft iedereen het erover. Het kwam als het ware naar mij toe.

Wat ik interessant vind, is dat ze een heel ander vrouwbeeld neerzet. Dit is geen vrouw zoals Anne Karenina van Tolstoj of Madame Bovary van Flaubert: vrouwen die zichzelf verliezen in een relatie.  Chris staat buiten deze conventies, waardoor een heel ander literair beeld tot stand komt. Als je obsessief verliefd bent, hoef je niet hysterisch te zijn. Gaandeweg het lezen zie je de mannen naar de achtergrond verdwijnen. Het is absoluut een nieuw genre.

Eigenlijk bijzonder. Wat gebeurt er nou in dit boek. Het is de taal, de zelfontdekking, die raakt. Hier staat een vrouw met een eigen stem, zoals Chris schrijft, ‘who gets the speak and why’.  Zonder dat het clichématig wordt, leren we de vrouw kennen en ga je mee in haar leefwereld. Ook voor mannen een interessant boek, lijkt me, je zult zien dat dit een klassieker gaat worden. Als je durft tenminste, of meer specifiek: als je het in het openbaar durft te lezen, waar een sticker op de buitenkant toe oproept.”