Portfolio

  • Disconnectie

    Onlangs hoorde ik het verhaal van een gederadicaliseerde Islamist. Als jongen van gemengde afkomst begon hij in zijn tienerjaren een disconnectie te voelen met de Nederlandse samenleving. Door verschillende oorzaken kwam hij op het verkeerde pad terecht. Ik, afkomstig uit een kansrijke geassimileerde Chinees-Indonesische familie en met een soepele academische en professionele carrière, herkende de incidenten die hij beschreef. De eerste keer dat iemand zegt: ‘ga terug naar je eigen land.’ De eerste keer dat je Monsieur Cannibale niet meer oké vindt. De eerste keer dat je gaat nadenken over Zwarte Piet. Er is ongemak. Ikzelf en vele anderen zijn weerbaar genoeg om het verkeerde pad te weerstaan. Maar onze voedingsbodem is dezelfde.

    De grenzen lopen door onze samenleving heen, langs de lijnen van kleur en afkomst. Het ongemak zit niet alleen in feitelijke discriminatie en racisme. Het ongemak groeit doordat het debat niet erkent wordt als waardevol. Om het zelf sec te zeggen: vaak wijst de ‘witte’ Nederlander het debat over Zwarte Piet en Monsieur Cannibale af alsof het geen serieus debat is. Hij wijst het debat over discriminatie op de arbeidsmarkt met ongemak vermijdende zinnen als; gewoon goed integreren, je best doen, niet zo aanstellen. Mijn mede-Nederlanders die ook van allochtone of gemengde komaf zijn, erkennen dat we het gesprek moeten aangaan over Zwarte Piet, wat je mening ook is. Witte Nederlanders wijzen de waarde van dit debat af. Dit voedt de grenzen in de samenleving.

    Tegelijkertijd is de beleving van grenzen anders voor veel gekleurde Nederlanders. Ik denk dat ik me Nederlander voel, maar meer nog heb ik een transnationale identiteit. Ik groeide op in een familie die slechts voor een deel Nederlands was. We hadden familie in Indonesië, de Verenigde Staten en China, en gingen in de zomervakantie langs familie in heel Europa. Het internationale was een gegeven, het mengen van culturen was een gegeven. Mijn familie is niet per se Nederlands: het buitenland is altijd ook thuis geweest.

    Ik voel me verbonden met Nederland, maar voel tegelijkertijd die disconnectie omdat voor veel medelanders het nationale perspectief de enige realiteit is. De vraagstukken die meekomen met een transnationale wereld zijn al aanwezig in onze samenleving. De manier waarop het debat gevoerd wordt, houdt geen rekening met de realiteit van een grote groep Nederlanders.

    Sluit de ogen niet langer voor het ongemak. Erken de pijn die zit bij Monsieur Cannibale, ga echt het debat aan over discriminatie op de arbeidsmarkt en open je ogen voor veranderende grenzen.

    Deze column verscheen eerder op Metronieuws in het kader van de columnwedstrijd ‘Grenzen’ van de Maand van de Geschiedenis 2016.

  • Disconnectie

    Onlangs hoorde ik het verhaal van een gederadicaliseerde Islamist. Als jongen van gemengde afkomst begon hij in zijn tienerjaren een disconnectie te voelen met de Nederlandse samenleving.  Door verschillende oorzaken kwam hij op het verkeerde pad terecht. Ik, afkomstig uit een kansrijke geassimileerde Chinees-Indonesische familie en met een soepele academische en professionele carrière, herkende de incidenten die hij beschreef. De eerste keer dat iemand zegt: ‘ga terug naar je eigen land.’ De eerste keer dat je Monsieur Cannibale niet meer oké vindt. De eerste keer dat je gaat nadenken over Zwarte Piet. Er is ongemak. Ikzelf en vele anderen zijn weerbaar genoeg om het verkeerde pad te weerstaan. Maar onze voedingsbodem is dezelfde.

    De grenzen lopen door onze samenleving heen, langs de lijnen van kleur en afkomst. Het ongemak zit niet alleen in feitelijke discriminatie en racisme. Het ongemak groeit doordat het debat niet erkend wordt als waardevol. Om het zelf sec te zeggen: vaak wijst de ‘witte’ Nederlander het debat over Zwarte Piet en Monsieur Cannibale af alsof het geen serieus debat is. Hij wijst het debat over discriminatie op de arbeidsmarkt met ongemak vermijdende zinnen als; gewoon goed integreren, je best doen, niet zo aanstellen. Mijn mede-Nederlanders die ook van allochtone of gemengde komaf zijn, erkennen dat we het gesprek moeten aangaan over Zwarte Piet, wat je mening ook is. Witte Nederlanders wijzen de waarde van dit debat af. Dit voedt de grenzen in de samenleving.

    Tegelijkertijd is de beleving van grenzen anders voor veel gekleurde Nederlanders. Ik denk dat ik me Nederlander voel, maar meer nog heb ik een transnationale identiteit. Ik groeide op in een familie die slechts voor een deel Nederlands was. We hadden familie in Indonesië, de Verenigde Staten en China, en gingen in de zomervakantie langs familie in heel Europa. Het internationale was een gegeven, het mengen van culturen was een gegeven. Mijn familie is niet per se Nederlands: het buitenland is altijd ook thuis geweest.

    Ik voel me verbonden met Nederland, maar voel tegelijkertijd die disconnectie omdat voor veel medelanders het nationale perspectief de enige realiteit is. De vraagstukken die meekomen met een transnationale wereld zijn al aanwezig in onze samenleving. De manier waarop het debat gevoerd wordt, houdt geen rekening met de realiteit van een grote groep Nederlanders.

    Sluit de ogen niet langer voor het ongemak. Erken de pijn die zit bij Monsieur Cannibale, ga echt het debat aan over discriminatie op de arbeidsmarkt en open je ogen voor veranderende grenzen.

    Deze column verscheen eerder op Metronieuws in het kader van de columnwedstrijd ‘Grenzen’ van de Maand van de Geschiedenis 2016.

  • Genomineerd voor #VIVA400

    viva400

    Vereerd! Genomineerd voor de #VIVA400 in de categorie Zakenwonders. Stemmen kan hier!

  • Pleidooi voor emancipatie anno 2017

    Pleidooi voor emancipatie anno 2017

    #LiangnaarNY

    Op de koffietafel in mijn ouderlijk huis lag altijd een grote stapel van het tijdschrift Opzij. Ik groeide op met verhalen over de activistische en bh-loze seventies en eighties. In de jaren negentig leek de wereld het goed voor elkaar te hebben, feminisme was redelijk geaccepteerd en met de emancipatie leek het de goede kant op te gaan. Tijdens mijn school- en studietijd veranderde de wereld compleet. De nineties maakten plaats voor een nieuwe wereldorde: een van onzekerheid, maar ook van nieuwe kansen. Mijn interesse voor de vrouw op de arbeidsmarkt was inmiddels gewekt. Als het klopte dat de tweede golf alles mogelijk had gemaakt, waarom leefden we er nog niet naar? En als het glazen plafond nog bestaat, wat betekent dit dan voor ambitieuze vrouwen zoals ik?

    De Nederlandse Vrouwenraad zoekt elk jaar naar een vertegenwoordiger die namens ‘de Nederlandse vrouw’ haar stem wil laten horen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ik wil die persoon zijn in 2017. De kracht voor verandering in de wereld ligt bij vrouwen zelf. Ik solliciteer op de positie om een stap te zetten, te inspireren, gewoon te doen. Ik pretendeer niet alle vrouwen te vertegenwoordigen, of voor hen te kunnen spreken, maar ik zal een luide stem laten horen.

    Want alleen met veel stemmen kunnen we veel bereiken. Ik wil geen tien interviews met Neelie Kroes meer lezen, maar een vrouwelijke manager, een vrouwelijke dokter, een vrouwelijke wethouder zien. In elk bedrijf, op elke universiteit, in elk gezin is er een vrouw die een andere vrouw een extra zetje kan geven in haar loopbaan. Vrouwelijke leiders in mijn omgeving maken mijn ambitie tastbaar. En jonge ambitieuze vrouwen maken de reis niet eenzaam. Wij kunnen niet allemaal Neelie Kroes of Hillary Clinton worden maar we kunnen wel de volgende manager op het werk of de oprichter van de volgende succesvolle start-up zijn. We hebben meer vrouwelijke leiders nodig op lokaal niveau.

    Het is tijd voor jong leiderschap. Ik bezit de talenten en vaardigheden van de nieuwe generatie. Netwerken is mijn tweede natuur, ik gebruik nieuwe communicatiemiddelen en kijk naar manieren om verbinding zoeken buiten de hokjes van functie, organisatie of sociale cirkel. Ik geloof dat het tijd is om de boodschap van de Vrouwenvertegenwoordiger samen te stellen en uit te dragen met alle mogelijke middelen van nu. Langs zaaltjes, evenementen en opiniepagina’s maar ook via vlogs en Twitter. Als jonge leider ben ik open over mijn drijfveren, mijn persoon en mijn ambities voor de (economische) versterking van vrouwen wereldwijd.

    Het zijn de jonge mensen, de jonge vrouwen, van nu die het langst met de keuzes van deze tijd moeten leven. (Denk aan de Brexit-polls, slechts 24% van de jongeren tussen 18 en 24 stemde voor). Jonge vrouwen zijn klaar voor deze taak en hebben het vermogen een brede beweging op te zetten. Kijk bijvoorbeeld naar Emma Watson. Ik sluit me graag aan bij haar woorden: ik pretendeer niet alwetend te zijn maar ik wil me hard maken voor de versterking van vrouwen wereldwijd. En als ik niet deze verantwoordelijkheid op mij neem, wie dan wel? En als het niet nu gebeurt, wanneer dan wel? Laat een jonge vrouw spreken bij de Verenigde Naties en Nederland vertegenwoordigen in 2017.

    Het is de taak van een emancipatoire beweging om inclusief te zijn. Te vaak wordt het woord ‘feminist’ geassocieerd met een blanke vrouw van middelbare leeftijd. Dat is jammer. Inclusief feminisme heeft oog voor ras, klasse en leeftijd.  Er is een grote verscheidenheid aan krachtige mannen en vrouwen. Feminisme beperkt zich niet tot een land, maar heeft een wereldwijde visie. Barack Obama maakte onlangs nog een krachtig statement in de Glamour. Feminisme maakt de wereld beter. We hebben ook mannen nodig in die beweging. Ik zie het als een persoonlijke uitdaging om feminisme geen elitaire aangelegenheid te laten zijn, maar iets waar een jonge vrouw, een mannelijke topbestuurder of een vrouw met een migrantenachtergrond ook affiniteit mee heeft .

    Het is tijd om van emancipatie een brede beweging te maken. Een kleine rondvraag onder collega’s en kennissen leert mij dat weinig mensen bekend zijn met de functie van Vrouwenvertegenwoordiger. Ik vind dat het de taak is om buiten het eigen en NVR netwerk te reiken. Verbinding te maken met opkomende denkers, ondernemers en mensen die zich niet in netwerken begeven. Ik wil contact leggen met de trendsetters en denkers van nu die zich misschien niet op de opiniepagina’s bezig houden met de versterking van vrouwen maar daarin wel kunnen inspireren. Denk aan de zelfverklaarde feministes van Vileine, Stellingdames maar ook netwerken als Ambitieuze Meisjes of powervrouwen als Anna Nooshin.

    De grote uitdaging voor de Nederlandse vrouwenvertegenwoordiger ligt in het intrinsiek motiveren van (Nederlandse) vrouwen om aan het roer van het eigen leven te staan en te durven emanciperen. Ik ben tot op het bot gemotiveerd om een krachtig statement te maken bij de Verenigde Naties, maar de reis ernaartoe is wat er toe doet. Ik wil als jonge leider diverse mensen betrekken en laten meedenken over mijn statement. Uiteindelijk gebeurt het niet op het hoogste niveau, maar bij de in de samenleving en bij de Nederlandse vrouw zelf.

    Laten we nu beginnen.

    Dit artikel verscheen eerder op medium.com.